Spronken & Co Advocaten

17-08-2008
Verhaal van de maand juli 2008: Een verschuldigde boete in plaats van substantiŽle bierafzet...

Een reeds langlopend geschil, waarin wij optreden namens een buitenlandse brouwerij. Deze brouwerij is voornemens om haar activiteiten in Nederland uit te breiden en wenst zodoende de markt te verkennen en daar waar mogelijk contracten af te sluiten met horeca-exploitanten.
Teneinde haar doelstelling te realiseren, gaat de brouwerij een overeenkomst aan met een zogenoemde Nederlandse ‘horecamakelaar’, welke, zo komen partijen overeen, aan de brouwerij een eerste lijst zal verstrekken met daarop potentiële nieuwe klanten. Deze lijst diende door de brouwerij te worden gecontroleerd op eventueel reeds bestaande contacten, daar het uiteraard weinig zinvol is om deze contacten aldus nogmaals een aanbieding te doen.

Nadat de brouwerij deze lijst had gecontroleerd, diende de makelaar de overgebleven kandidaten te benaderen teneinde te bezien of deze eventueel geïnteresseerd zouden zijn in afname van bieren van de brouwerij. Indien deze interesse bestond èn een afname van 100 hectoliter per jaar realiseerbaar was, zou de kandidaat op een aldus verkorte lijst worden geplaatst, welke lijst aldus nog slechts zou bestaan uit díe kandidaten die aan beide eisen voldeden.

Daar inmiddels een geschil was gerezen tussen partijen, was in een nadere overeenkomst vastgelegd dat de brouwerij de op deze lijst staande kandidaten binnen zes weken diende aan te schrijven in die zin dat hen een aanbod werd gedaan, inhoudende afname van de brouwerij met een minimale korting per hectoliter. Wanneer door de brouwerij niet tijdig een aanbod zou worden gedaan, zou zij een dwangsom van € 500,00 per niet (correct) aangeschreven prospect verschuldigd zijn.

Het laat zich raden dat de makelaar aan de brouwerij een, zo mag men wel stellen, absurd lange lijst overhandigde, waarop bijna 400 ‘kandidaten’ vermeld stonden, welke aldus door de brouwerij allen een schriftelijk aanbod gedaan diende te worden, inhoudende een aanbod tot bierleveranties tegen een bepaalde minimale korting. De brouwerij stuurt echter alle kandidaten een aanbod met een ‘maximaal te behalen korting’. Daarmee waren de poppen aan het dansen: geen verzoek door de makelaar aan de brouwerij om alsnog een juiste brief te sturen, maar direct een procedure voor de rechtbank, waarbij de dwangsom van € 500,00 per kandidaat werd gevorderd en toegewezen, terwijl in eerste aanleg door de brouwerij toch in ieder geval aannemelijk was gemaakt dat een groot aantal van de op de lijst staande kandidaten daarop in het geheel niet thuishoorden. Desondanks werd de brouwerij veroordeeld tot betaling van € 500,00 per kandidaat, met dien verstande dat in de procedure nog slechts sprake was van 125 kandidaten ten aanzien waarvan de brouwerij haar verplichtingen niet zou zijn nagekomen, zodat de brouwerij uiteindelijk werd veroordeeld tot betaling van een boete van € 62.500,00, los van de overige door de makelaar gevorderde gevolgschade, nader op te maken bij staat.

Reden aldus voor de brouwerij om hoger beroep in te stellen, welk beroep door ons behandeld wordt. Het geschil handelt dan aldus feitelijk nog om de hiervoor genoemde 125 kandidaten welke door ons, voor zover mogelijk, nader onder de loep werden genomen. Ofschoon een aantal van hen moeilijk of niet meer te traceren is, geven de wel al benaderde kandidaten allemaal aan nooit iets van de makelaar vernomen te hebben en, voor zover dat wel al het geval zou zijn geweest, dan in ieder geval aangegeven te hebben om verschillende redenen geen enkele interesse te hebben in afname van de brouwerij. Voorbeeld is de studentenvereniging die reeds jaren bijna wekelijks een feest gaf, maar dan telkens in een ander café. Van een contract met een vaste brouwerij zou dus zonder meer nooit sprake kunnen zijn. Deze, en alle andere door ons benaderde kandidaten, hadden dus nooit op de lijst mogen staan, zodat de brouwerij, in ieder geval ten aanzien van díe kandidaten, ten onrechte was veroordeeld tot betaling van de boete van € 500,00 per prospect.

De procedure is inmiddels aanhangig bij het gerechtshof. Wij voeren aan dat, nu in ieder geval van een groot deel van de kandidaten is komen vast te staan dat deze ten onrechte op de lijst werden geplaatst en, daar de rechtbank, overigens wèl terecht, had overwogen dat géén boete verschuldigd zou zijn voor kandidaten die ten onrechte op de lijst stonden vermeld, de bewijslast dient te worden omgekeerd, ofwel dat het aan de makelaar is om aan te tonen dat de kandidaten wèl met recht op de aanbrenglijst waren geplaatst. Voor zover het gerechtshof daaraan voorbij mocht gaan, zullen wij overwegen om desgeraden alle 125 kandidaten als getuigen te gaan horen. Dat is een kostbare en vooral langdurige aangelegenheid, echter de handelwijze van de makelaar laat de brouwerij weinig andere keuze.

Wordt aldus vervolgd…

Eric Janssen, 17-08-2008